Afwijkend uitstrijkje

Vaak schrikt u van een afwijkend uitstrijkje. Dat is meestal niet nodig: in de meeste gevallen is er geen reden tot zorg. Wel is er dan verder onderzoek nodig. Bij Gynaecologie Amsterdam kunnen wij u binnen enkele dagen zien.

In het kort

  • Een afwijkend uitstrijkje betekent meestal geen kanker; vaak gaat het om een voorstadium dat goed te controleren of te behandelen is.
  • U wordt doorverwezen wanneer het HPV-virus aanwezig is én er afwijkende cellen zijn gevonden.
  • Het vervolgonderzoek is een colposcopie: de gynaecoloog bekijkt de baarmoedermond met een microscoop en neemt zo nodig een klein biopt.
  • Afhankelijk van de biopt-uitslag (CIN I, II of III) is het beleid afwachten en controleren, behandeling met Imiquimod of een lisexcisie.
  • Bij Gynaecologie Amsterdam kunt u binnen enkele dagen terecht voor het vervolgonderzoek.

Wat betekent een afwijkend uitstrijkje?

Een afwijkend uitstrijkje betekent dat er cellen zijn gevonden die er anders uitzien dan normaal — niet dat u baarmoederhalskanker heeft. Baarmoederhalskanker wordt per jaar bij ongeveer 700 vrouwen vastgesteld; ter preventie is selectieve HPV-vaccinatie van jonge meisjes opgenomen in het Rijksvaccinatieprogramma.

Voor de vroege opsporing van voorstadia is er het Bevolkingsonderzoek baarmoederhalskanker. Vrouwen krijgen een uitnodiging en de mogelijkheid tot zelfafname wanneer zij 30, 35, 40, 45, 50, 55 of 60 jaar worden. Het uitstrijkje wordt eerst onderzocht op het humaan papillomavirus (HPV). Pas als dit virus aanwezig is, wordt hetzelfde uitstrijkje beoordeeld op afwijkende cellen. Zijn die er, dan wordt u doorverwezen naar Gynaecologie Amsterdam voor colposcopisch onderzoek.

De baarmoederhals is bekleed met twee soorten cellen: plaveiselcellen en cilindercellen. Plaveiselcellen zijn platte cellen die de buitenkant van de baarmoederhals (de baarmoedermond) en de wand van de vagina (schede) bekleden. Cilindercellen zijn hoge cellen die het kanaaltje in de baarmoederhals bekleden en slijm maken.

Het overgangsgebied van plaveiselcellen naar cilindercellen heet de transformatiezone. Bij een afwijkend uitstrijkje komen de cellen meestal uit deze transformatiezone. De gevoeligheid van de baarmoederhals voor HPV-infecties wordt verklaard door deze specifieke overgang tussen de plaveiselcellen aan de buitenzijde van de baarmoedermond en de cilindercellen aan de binnenzijde.

Wat betekenen de PAP-uitslagen van een afwijkend uitstrijkje?

De PAP-uitslagen lopen van 1 (helemaal normaal) tot 5 (zeer afwijkend). Vanaf PAP 2 in combinatie met HPV wordt u doorverwezen voor een colposcopie. Pap is een afkorting van Papanicolaou, de naam van de persoon die deze indeling van de uitslagen heeft gemaakt.

PAP 3b betekent dat de cellen van de baarmoederhals meer afwijken dan bij een PAP 3a. Na een colposcopie met biopten is de kans op een behandeling (lisexcisie) groter dan bij een PAP 3a. Het gaat om een mogelijk voorstadium en niet om baarmoederhalskanker zelf.

Hieronder ziet u wat elke PAP-uitslag betekent en wat het vervolg is.

PAP-uitslag Wat het betekent Vervolg
PAP 1 Helemaal normaal Bij HPV zonder afwijkende cellen: controle-uitstrijkje na 6 maanden bij de huisarts
PAP 2 Enkele cellen zien er anders uit dan normaal; de afwijking is niet duidelijk Colposcopie als er ook HPV aanwezig is; zonder HPV het uitstrijkje herhalen
PAP 3a Licht afwijkende cellen Colposcopie; bij de helft van de vrouwen blijkt behandeling niet nodig, de andere helft krijgt het advies voor een lisexcisie
PAP 3b Meer afwijkend dan bij een PAP 3a Colposcopie met biopten; de kans op een lisexcisie is groter dan bij een PAP 3a
PAP 4 De cellen wijken meer af dan bij een PAP 3a of 3b In het algemeen is behandeling noodzakelijk
PAP 5 De cellen zijn zeer afwijkend Op korte termijn onderzoek door de gynaecoloog; soms kan er sprake zijn van baarmoederhalskanker

Veelgestelde vragen over de PAP-uitslag

Wat betekent PAP 3b?
PAP 3b betekent dat de cellen van de baarmoederhals meer afwijken dan bij een PAP 3a. Na een colposcopie met biopten is de kans op een lisexcisie groter dan bij een PAP 3a. Het gaat om een mogelijk voorstadium en niet om baarmoederhalskanker zelf.

Wat is het verschil tussen PAP 3a en PAP 3b?
Bij PAP 3a zijn de cellen licht afwijkend; bij ongeveer de helft van de vrouwen blijkt na colposcopie met biopten dat behandeling niet nodig is. Bij PAP 3b wijken de cellen meer af en is de kans op een lisexcisie na de biopten groter.

Meer informatie

Betrouwbare informatie over het uitstrijkje en de PAP-uitslag vindt u ook bij:

Hoe verloopt de colposcopie na een afwijkend uitstrijkje?

Bij een colposcopie bekijkt de gynaecoloog de baarmoedermond met een microscoop. U ligt in de beensteunen en krijgt een handdoekje over u heen, zodat u wat minder blootligt. De gynaecoloog brengt een azijnoplossing aan op de baarmoedermond om het weefsel beter te kunnen beoordelen; dit kan even prikken. Zij maakt foto’s van de baarmoedermond en bij Gynaecologie Amsterdam kunt u zelf meekijken. Ziet u erg tegen het onderzoek op? Vertel dat dan aan de gynaecoloog.

Bij afwijkingen neemt de gynaecoloog een of meerdere biopten: kleine stukjes weefsel van 3-4 mm die door de patholoog worden beoordeeld. Het nemen van een biopt is even pijnlijk, maar valt doorgaans erg mee. Ziet u er erg tegen op, dan kunt u vragen om verdoving via een prikje op de baarmoedermond.

Wanneer een biopt wordt genomen, ontstaat een klein wondje dat kan bloeden. Het wondje wordt aangestipt met zilvernitraat om het bloeden te verminderen. U voelt dan wat lichte krampen in de onderbuik. Meestal is de bloeding heel licht en is een maandverband voldoende; het bloedverlies verdwijnt gewoonlijk vanzelf binnen enkele dagen. Duurt het langer of is het meer dan een gewone menstruatie, neemt u dan contact op.

Wat betekent de uitslag CIN I, II of III na een afwijkend uitstrijkje?

CIN is de indeling die de patholoog gebruikt voor het biopt: CIN I (lichte dysplasie), CIN II (matige dysplasie) of CIN III (sterke dysplasie). Het gaat om een eventueel voorstadium van kanker en niet om baarmoederhalskanker zelf. De uitslag komt gewoonlijk binnen 7 tot 10 dagen en kan naar u gemaild worden, telefonisch besproken worden of op afspraak in de kliniek.

CIN staat voor Cervicale (van de baarmoederhals) Intra-epitheliale (in de bekledende laag) Neoplasie (nieuw weefsel). Als het weefsel afwijkend is, gebruikt men ook wel de term dysplasie: de opbouw van het weefsel is dan anders dan normaal.

  • CIN I (lichte dysplasie): het weefsel heeft lichte afwijkingen. 60% van de CIN I vermindert of verdwijnt spontaan, 30% blijft stabiel, 10% gaat over naar CIN III en in 1% van de gevallen ontstaat uiteindelijk kanker.
  • CIN II (matige dysplasie): de afwijkingen zijn wat duidelijker. 40% vermindert, 40% blijft stabiel, 20% evolueert naar CIN III en 5% wordt uiteindelijk kanker.
  • CIN III (sterke dysplasie): er zijn sterkere afwijkingen in de opbouw van het weefsel; dit is een voorstadium van baarmoederhalskanker. Bij CIN III wordt uiteindelijk rond de 50% kanker; bij ongeveer 50% verdwijnt de CIN III of blijft die stabiel. Een voorstadium betekent niet dat u zonder behandeling ook werkelijk kanker zou krijgen: de helft van de vrouwen bij wie CIN III wordt gevonden, krijgt waarschijnlijk nooit baarmoederhalskanker, ook niet zonder behandeling.

Hoe wordt een afwijkend uitstrijkje behandeld?

Afhankelijk van de biopt-uitslag zijn er vier mogelijkheden:

  • Bij CIN I: het uitstrijkje plus HPV-test herhalen na 12 maanden, of eerder als u klachten heeft.
  • Bij CIN II: het uitstrijkje plus HPV-test herhalen na 6 maanden, of eerder als u klachten heeft. Het alternatief is behandeling met Imiquimod of een lisexcisie (zie de keuzekaart CIN II onder “Lees meer”).
  • Bij CIN III: een lisexcisie of Imiquimod. CIN III wordt altijd behandeld.
  • Bij een andere uitslag: verdere behandeling, bijvoorbeeld een conisatie. Deze wordt niet in Gynaecologie Amsterdam verricht; u wordt daarvoor doorverwezen.

De behandeling met Imiquimod bestaat uit het lokaal behandelen van de baarmoedermond met Imiquimod, driemaal per week, 16 weken lang. Zes en 24 maanden na het biopt worden het uitstrijkje en de HPV-test herhaald. De behandeling met Imiquimod alleen heeft een slagingskans van ongeveer 50-60%.

Een lisexcisie, ook wel LLETZ (Large Loop Excision of the Transformation Zone) genoemd, is een behandeling waarbij de gynaecoloog met een speciaal instrument (een lisje) een stukje weefsel van de baarmoedermond wegneemt. De ingreep vindt poliklinisch plaats.

  1. De baarmoedermond wordt verdoofd met een dun naaldje, zodat u de behandeling zelf niet voelt.
  2. Er wordt een grote sticker op uw been geplakt om de stroom van het apparaat veilig af te voeren.
  3. Er wordt azijn aangebracht om het afwijkende weefsel zichtbaar te maken.
  4. De gynaecoloog haalt het afwijkende weefsel weg met een dunne, verhitte metalen lis.
  5. Daarna wordt het wondje dichtgebrand om het bloeden te stoppen.

Van de ingreep zelf voelt u nauwelijks iets, maar het kan soms onaangename geluiden en geuren geven. De behandeling duurt ongeveer een half uur.

Na afloop kunt u nog enkele weken bloederige, bruinige, soms vies ruikende afscheiding hebben. Dit is normaal. Heeft u na thuiskomst pijn, dan kunt u als pijnstilling Paracetamol of Ibuprofen gebruiken (Paracetamol 500-1000 mg per keer, zo nodig elke 4 tot 6 uur). Deze zijn zonder recept verkrijgbaar bij drogist en apotheek.

Na thuiskomst kunt u douchen. In bad gaan en zwemmen wordt afgeraden tot 4 weken na de ingreep. Ook gemeenschap wordt afgeraden tot 4 weken na de ingreep. U krijgt hierover verder nog uitgebreidere informatie, ook over het nut van vaccinatie met Gardasil 9 tegen het HPV-virus.

De patholoog onderzoekt het weefsel van de lisexcisie onder de microscoop. De uitslag komt na ongeveer 10 dagen. De behandeling is in 80-95% van de gevallen succesvol; in 10-20% van de gevallen komt de CIN III terug. Volgens het nieuwste wetenschappelijk onderzoek kunt u met een vaccinatie (Gardasil 9) de slagingskans vergroten.

U wordt bij Gynaecologie Amsterdam over de uitslag ingelicht. Daarna blijft u 2 jaar onder controle en worden er uitstrijkjes gemaakt. Soms laat het controle-uitstrijkje, ook na behandeling, nog steeds afwijkingen zien. Bij de helft van deze langer bestaande afwijkingen wordt het vanzelf alsnog normaal. Is dat niet zo en blijft het uitstrijkje afwijkend, dan adviseert de gynaecoloog opnieuw een colposcopie. Als er een conisatie moet worden verricht, wordt u verwezen naar het ziekenhuis.

Veelgestelde vragen

Is een afwijkend uitstrijkje kanker?

Meestal niet. Een afwijkend uitstrijkje betekent dat er cellen zijn gevonden die er anders uitzien dan normaal; vaak gaat het om een eventueel voorstadium en niet om baarmoederhalskanker zelf. Verder onderzoek met een colposcopie geeft duidelijkheid.

Hoe snel kan ik terecht na een afwijkend uitstrijkje?

Bij Gynaecologie Amsterdam kunnen wij u binnen enkele dagen zien voor colposcopisch onderzoek. De uitslag van een eventueel biopt komt gewoonlijk binnen 7 tot 10 dagen.

Helpt stoppen met roken bij een afwijkend uitstrijkje?

Ja. Wanneer u rookt, heeft u meer kans op een blijvende HPV-infectie. Stoppen met roken is daarom ook belangrijk.

Helpt HPV-vaccinatie na behandeling van een afwijkend uitstrijkje?

Volgens het nieuwste wetenschappelijk onderzoek kunt u met een vaccinatie (Gardasil 9) de slagingskans van de behandeling vergroten. U krijgt hierover uitgebreidere informatie bij Gynaecologie Amsterdam.

Gerelateerd zorgaanbod

Wilt u snel gezien worden? Maak een afspraak — u kunt binnen enkele dagen terecht.

Lees meer